Reisverslag project 2013 Colonesti

Door de ogen van …

Hallo! Ik ben Annamaria en ik woon in Coloneşti. Dat is in Roemenië. Samen met mijn ouders en broertje woon ik in een klein huisje. We slapen met z’n allen in één kamer. Ook koken we daar ons eten. Papa en mama vertelden mij al best lang geleden, ik denk wel vijf weken, dat er een groep mensen uit Nederland zou komen om een gebouw voor de dokter te bouwen. ‘Een dokterspost’, had mama gezegd. ‘Wat gaan die mensen dan doen, papa?’ ‘Zijn het wel aardige mensen en mag ik dan bij ze kijken?’ ‘Rustig maar’, zei papa tegen mij, ‘je zult het vanzelf wel zien.’ ‘Oké’, dacht ik, ‘maar dat duurt nog zó lang!’

Maar eigenlijk was het helemaal niet zo lang. Ongeveer 2 weken geleden kwamen ze aanrijden in heel mooie busjes. Ze zwaaiden naar iedereen uit het dorp. Ook naar mij. Ik wilde wel dat ze gelijk uit zouden stappen, maar dat deden ze niet. Ze reden door naar het oude gemeentehuis, waar ze elke dag aten en sliepen. Het oude gemeentehuis is een heel groot gebouw. Ik ben nog nooit binnen geweest, maar ik denk dat ze heel veel ruimte hadden. Ik slaap samen met mijn broertje in één bed; ik denk dat zij niet samen in één bed hoefden te slapen.

Het was zaterdag toen die mensen kwamen. Op zondag liep ik langs het gemeentehuis en toen hoorde ik veel praten en zingen. Ook zag ik dat een groepje mensen de bergen in ging, om te wandelen. Op maandag begonnen ze met bouwen. Er waren veel mannen, maar ook een paar vrouwen. En ze hadden heel veel gereedschap. De mannen en de vrouwen bouwden de hele week en toen stond er al een heel gebouw. Af en toe keek ik om het hoekje en ik zag dat ze heel hard doorwerkten, soms zelfs ’s avonds. Mijn vriendje ging af en toe meehelpen en kreeg dan aan het eind van de dag wat eten mee. En soms zelfs geld. Hij zei dat de mensen heel aardig waren en dat ik ook eens moest komen, maar dat durfde ik niet zo goed. Ik keek liever van een afstandje en vroeg aan het eind van de dag wat mijn vriendje had gedaan.

Eigenlijk was mijn bangheid voor die mensen niet nodig. Want ze waren heel aardig. Weet je waarom? Omdat ze speciaal voor alle kinderen uit het dorp een spelletjesmiddag hadden georganiseerd. Dat was heel leuk! Want we gingen allemaal spelletjes doen uit hun land. Ondertussen gingen de meeste mannen door met bouwen. Ze waren toen al heel ver. En de dagen daarna was bijna iedereen in het gebouw aan het werk: schilderen, vloeren leggen en nog veel meer. Behalve een paar mannen. Die waren het dak aan het maken of zoiets.

Toen het weer zondag was, gingen de mensen met de busjes weg. Mama zei dat ze naar de kerk gingen. Aan het eind van de ochtend kwamen ze weer terug. De week daarna gingen ze weer verder met bouwen. Ik ging wel eens kijken en het werd echt heel mooi. Gisteren was het gebouw helemaal af en toen was de opening. Er kwamen allemaal belangrijke mensen, zoals onze burgemeester. Die belangrijke mensen gingen allemaal iets zeggen over het bouwen en over de opening van de dokterspost. Eén van de Nederlandse vrouwen ging vertellen hoe de bouw was gegaan. Ze vertelde dat ze ons graag hadden geholpen en ze zei dat ze alles in kracht van God hadden gedaan. Ik denk dat ik wel weet wat dat betekent. Want wij hebben thuis een boekje liggen dat we van hen hebben gekregen. In dat boekje staat heel veel over de Heere God en over Jezus. Elke dag bekijk ik de platen die erbij staan en lees ik een stukje.

De avond van de opening werd er feest gevierd. Alle mensen uit het dorp mochten naar het grasveld bij het oude gemeentehuis komen. Ik mocht ook mee, samen met heel veel andere kinderen uit het dorp. Wat was het gezellig met elkaar! Op het grasveld had de burgemeester een heel groot kampvuur laten maken. Dat werd aangestoken toen het donker werd. In de lucht zag ik allemaal gouden vonkjes. Het was zo mooi! En dicht bij het vuur was het lekker warm. Alle grote mensen praatten met elkaar. Het was erg fijn!

Vandaag zijn de Nederlanders weer weg gegaan. Ik zag ze gaan en heb heel hard naar hen gezwaaid. Er stonden nog meer mensen langs de weg. Mijn vriendje was er ook bij. Hij lachte wel, maar volgens mij was hij ook een beetje verdrietig. Nou, dat ben ik ook. Ik vind het heel fijn dat ze voor ons een dokterspost hebben gebouwd en dat de dokter nu een eigen plek heeft in ons dorp. Wat zou ik het leuk vinden als ik deze mensen nog eens terug zie!