Winterreis 2011-2012 | 22 december t/m 6 januari

Het bruist alweer weken in ons lijf: Roemeens bloed =) We hebben zoveel zin om weer te gaan! Er is geld in gezameld, dus niets houdt ons tegen. Donderdagavond 22 december laten we Nederland achter ons. Romania: here we come!

Onderweg slapen we in een willekeurig hotel dat we tegenkomen aan het eind van de dag. Dan kan het in Roemenië zomaar dat je op een half opengereten, oud matrasje ligt – onder een ouderwetse deken (vol luizen?). Maar ach, dan ben je meteen weer ‘ontgroend’. Niet te krap kijken hoor; voorlopig kunnen we ook dagenlang niet douchen, dus dit is nog maar het begin.

De reis gaat eerst naar Bacău. Opnieuw mogen we de kerst doorbrengen in het huiskerkje. Heerlijk om de inmiddels ‘bekende’ mensen weer te zien. Mooi om de Roemeense kerstliederen opnieuw te horen – ja, we zingen mee, ondanks ons Nederlands accent. En werkelijk, onze Nederlandse psalmen gaan zij ook al herkennen! Onze Roemeense woordenschat is inmiddels zover, dat we aan de hand van ‘steekwoorden’ aardig kunnen volgen wat de dominee zegt.

Doordat kerst en oudjaar beiden in het weekend vallen hebben we extra veel tijd om uit te delen. Daar nemen we goed gebruik van! Op Tweede Kerstdag gaan we met Roşca wat gezinnen uit de kerk langs. Hij brengt ons ook ver van buiten de stad bij een eenzaam huisje. Het gezin is niet lid van de kerk, maar komt soms wel naar de diensten. Buiten twijfelen we wat we hier moeten geven; er loopt een elektriciteitsdraad naar binnen, en ze hebben zelfs een hek rond het huis… Een uit de groep neemt toch een doos kaarsen mee – waarom? Wat blijkt – het gezin zit in nood: de elektriciteit is ‘doorgeknipt’; het gezin kon de lasten niet meer betalen. Wat komen die kaarsen nu goed van pas! Wonderlijk, zo’n Tweede Kerstdag. In het huisje leest Roşca uit de Bijbel, en met elkaar bidden we.

Na heel veel huisjes, even zoveel pakketten en nog veel meer ballonnen is het tijd om naar Onesti te reizen. In het huis van Saskia, de Nederlandse contactpersoon in Roemenië, mogen we wat nachtjes blijven, om in de buurt van onze zomerprojecten uit te delen. Ja, ons schooltje staat er nog; en de mensen uit het dorp herkennen we ook nog – prachtig altijd dat weerzien!

In en rond Onesti leven ook grote groepen zigeuners. Ook daar brengen wij pakketten. Dat gaat gewoon zoals het in de aard van die mensen ligt: met een hoop lawaai en met heel felle ogen wordt aangegeven dat er nog een pakket nodig is voor mij, en voor die, en voor die.. Ja, die andere personen zijn dan soms huisgenoten, maar daar kom je altijd pas later achter.

De huisvesting van de zigeuners loopt uiteen van prachtig en schoon tot zeer, zeer vies en rommelig. Het is een bijzonder en intrigerend volk met een heel eigen cultuur. Soms echter zijn er wel ‘aanpassingen’ zichtbaar. Zo heeft de groep Roma in een dorp een uur vanaf Onesti zelfs een kerk gebouwd in hun nederzetting. En het uitdelen van voedselpakketten gaat daar ook heel keurig: de ouderling leest de familienaam voor, en één voor één ontvangen alle gezinnen een pakket. Ja, één pakket.

Onze laatste Nederzetting is Siret. Op Oudejaarsdag komen we hier hopen we de jaarwisseling mee te maken. Hoe zal dat zijn in Roemenië? Er lopen hier mannen in berenpakken rond, die op een grote trom slaan om de boze geesten te verjagen. Daaromheen springen mensen in allerlei versierde kleding; Per dag kun je zomaar 10 groepjes tegenkomen. Maar het mooist is toch de kerkdienst van 21u tot 00:30. Zo gaan we met de kerkelijke gemeente van Siret het nieuwe jaar in. Op onze knieën. In gebed voor het nieuwe jaar.

Zoals vorig jaar bezoeken we in en rond Siret de ziekenhuizen en het Staatshuis. Het mooie aan de ziekenhuizen is dat je veel mensen bereikt die het Evangelie nog nooit hebben gehad. En velen in het ziekenhuis hebben geen geld om fruit te laten kopen.

Die laatste avond in Roemenië gaan we aan’t tellen. Aan het eind van de reis zullen we 5357 kilometer gereden hebben en zijn er 120 pakketten, 1500 fruitstukken en 800 Evangelieboekjes uitgedeeld; We moeten weer gaan, het werk in Nederland wacht. Maar niet voordat we nog wat kinderen ballonnen en snoepjes hebben gegeven. En ook niet voordat we tóch nog wat voedselpakketten hebben bezorgd. En ook niet voordat we onze gekke knuffelbeer hebben weggegeven. Maar nu moeten we gaan – tot ziens! La revedere!