Winterreis 2012-2013 20 december t/m 4 januari

Steeds is het weer een lange reis om van Nederland naar Roemenië te gaan. Een reis waarbij je onderweg veel veranderingen tegenkomt. We beginnen in ons eigen land en hebben geen erg in al de welvaart die hier is, we zijn hier aan gewent, het is gewoon voor ons. Ja, het hoort erbij… Dan rijden we door Duitsland, daarna komt Oostenrijk en dan Hongarije. Langzamerhand worden de verschillen zichtbaar. De wegen worden slechter, de auto’s worden ouder, de gebouwen minder goed onderhouden… We komen in Roemenië. Dé bestemming van onze reis. We zien de verschillen. Niet alleen onderweg maar vooral de dagen en weken die na de reis komen…

Het eerste gedeelte van onze vakantie waren we in Bacau. In deze omgeving (Bacau, Onesti, Albele, Buciumi, etc.) delen we veel uit in arme gezinnen. Onder leiding van Rosca, de evangelist van Bacau, Miheala en Angela(maatschappelijk werksters). En soms gaan we zelf op pad. We hebben veel adresjes waar we al meerdere jaren komen. Soms gaat het beter en is het niet meer nodig om terug te komen. Vaak blijft de armoede en is alle hulp welkom. We komen ook bij ‘nieuwe’ gezinnen. We ontdekken ‘nieuwe’ rampenhuisjes. We maken mensen blij met een voedselpakket, een Lucas- of Marcus- evangelie en voor de kinderen een kinderboekje, wat ballonnen en chocola.

Hieronder ziet u een fotoalbum met foto’s van de winter 2012-2013

We komen in een huis waar een vrouw woont samen met haar zoon. In het achterliggende jaar heeft een brand haar woning voor een groot deel verwoest. Alles in het huis is zwartgeblakerd. Het enigste meubilair wat we zien is een stoel. De stroom doet het niet meer, de kachel is kapot. Binnen is het steenkoud… We maken deze mensen blij met een voedselpakket. De vrouw krijgt tranen in haar ogen als we haar een rok geven die wij Nederlanders niet meer de moeite waard vinden. Ze draait de rok binnenstebuiten, vouwt hem dan netjes op en verteld dat ze hem bewaard; om zondag aan te doen naar de kerk…

Later brengen we bij een paar gezinnetjes een vracht kachelhout. Buiten ligt er een pak sneeuw van meer dan 20 cm. Het vriest stevig. Ook in deze huizen was het steenkoud omdat er geen brandhout aanwezig was.

We gaan uitdelen in een ziekenhuis. Met een brancard vol met dozen sinaasappels, bananen, Bijbels, evangeliën en knuffels gaan we de afdelingen langs. De zalen liggen vol. Sommige zijn erg ziek, anderen wat minder. Vaak is er verwondering. Krijgen ze echt zomaar dat fruit? Mogen ze die Bijbel echt houden?? Er is een medewerker van het ziekenhuis die ons rondleid langs alle zalen. Na een tijdje toegekeken te hebben vraagt hij bescheiden of hij misschien ook een Bijbel zou kunnen krijgen. Hij heeft nog nooit een eigen Bijbel gehad…

De stank in het ziekenhuis is soms zo erg dat we er misselijk van worden. De mensen zelf lijken er geen last van te hebben. Of ze zijn er aan gewent. We zien een gewond been met daar omheen verband dat zo vies is dat het weinig positief effect kan hebben. Als we dit later navragen blijkt dat de mensen die in het ziekenhuis liggen zelf voor verband moeten zorgen. Als je familie dus geen schoon verband komt brengen kunnen je wonden ook niet opnieuw verbonden worden… Met eten werkt het trouwens net zo. De familie moet zorgen dat de patiënt drie keer per dag eten krijgt…

De laatste dagen van onze vakantie brengen we door in Siret. Dit ligt wat noordelijker, dicht bij de grens van Oekraïne. Ook hier zien we veel armoede. We delen uit in grote gezinnen. Maar ook komen we in een eenzaam huisje, een heel eind van de bewoonde wereld. Hier woont een man. Helemaal alleen. Hij heeft twee koeien en een paard. Verder heeft hij niemand.

In de omgeving van Siret delen we weer uit in de ziekenhuizen. Daarna brengen we een bezoek aan verschillende instellingen voor gehandicapten. We zien verbetering. Er zijn twee kleinschalige woonvormen  waar het goed leefbaar is voor de bewoners. De verzorging en de woonruimte is hier beter als in het grote staathuis. Toch is een stuk fruit ook hier een echte traktatie.

Het staatshuis zelf, waar nog meer dan 100 mensen wonen blijft een onvriendelijke plaats. De traliehekken langs de binnenplaats, de grote groepen van soms meer dan 20 bewoners  en de minimale begeleiding. Geen aanbod van activiteiten, geen materiaal en weinig gezelligheid…

En dan word het tijd om  weer in het busje te stappen. Het is een lange reis van Roemenië naar Nederland. We zien de armoede om ons heen. Na twee weken zijn we er nog niet aan gewent. Dan gaan we de grens over en komen we in Hongarije, daarna krijg je Oostenrijk en dan Duitsland. Langzamerhand word alles beter. De wegen, de gebouwen, de auto’s… Eindelijk komen we in Nederland aan. Wat een rijkdom. Wat een weelde. We komen weer thuis. Het voelt vertrouwd. Dit is wat we gewent zijn. Dit is wat wij gewoon vinden…